Header image  
The Way of all Exotic,s Dreams  
  HOME ::
   
 
Musa basjo(Winterharde banaan)
 
Musa Basjo
  Musa Basjo

Een banaan voor buiten
Bananen behoren tot de vegetatie van de tropen. Het is bijna ondenkbaar dat deze exoot zich in onze tuinen zou kunnen handhaven. Eén soort, Musa basjoo , is tot deze krachttoer in staat. In ons klimaat kan hij buiten overwinteren en ieder jaar opnieuw een hoogte van 3 tot 5 meter bereiken!

Botanische kenmerken
Musa basjoo (synoniem Musa japonica ) is inheems in de bergen van de Chinese provincies Yunnan en Sichuan. De plant wordt gekweekt voor zijn sterke vezel. Vanwege zijn vitale groei onder koele omstandigheden is hij als sierbanaan in veel noordelijker regionen aangeplant.

De veelgebruikte naam 'bananenboom' is botanisch niet juist, want we hebben te maken met een kruidachtige plant die reusachtige proporties aan kan nemen. De 'stam' wordt in feite gevormd door de stevige bladstengels. De basis van het groeipunt bevindt zich onder de grond in het centrum van de stam. Van hieruit ontwikkelen zich steeds weer nieuwe en grotere bladeren.

Na 2 tot 3 jaar wordt een purperen bloeiwijze gevormd waaraan kleine oneetbare banaantjes groeien. Hierna sterft de stam af. Maar intussen hebben zich al diverse nieuwe spruiten (stammetjes) ontwikkeld. De groei is te vergelijken met het alom bekende Indische bloemriet ( Canna indica )

De algemeen aangeboden soorten hebben buiten geen enkele kans en ook de Canarische banaan krijgt het al moeilijk als de temperatuur onder de 10° C komt.

Musa basjoo is vooralsnog de enige soort die echt voor de buitenteelt in aanmerking komt maar er wordt behoorlijk met nieuwe soorten geëxperimenteerd..

Zoals gebruikelijk bij veel vaste planten bevriezen de bovengrondse delen bij de eerst echte vorst tot de bodem.
Bij deze dramatische overgang naar de winter stort deze reus onder de vaste planten volledig in en laat een berg rottende bladeren achter. De twijfelaars onder ons denken nu het definitieve einde van de plant meegemaakt te hebben. Maar Musa basjoo is toegerust om de winter te overleven. In het groeiseizoen wordt extra voedsel in de wortels opgeslagen. Het diep onder het oppervlak gelegen groeipunt van de afgevroren stam blijft intact zolang de vorst daar niet doordringt. Na een zachte winter blijven soms (met bescherming) zelfs de bovengrondse stammen intact. Net als bij Gunnera manicata moet er een winterdek van ongeveer een meter aan bladeren of stro worden aangebracht om ook in strenge winters de vorst buiten te houden.

Eind april of begin mei drukken de scheuten zich in het hart van de afgevroren stengeldelen weer omhoog. Eigenlijk gaat de groei van de oude 'stammen'- slechts onderbroken door de winter - gewoon verder in het voorjaar. Hierdoor kan ook in dit klimaat de bloeiwijze na twee tot drie jaar tot ontwikkeling komen, waaraan met een beetje geluk het begin van banaantjes worden gevormd. In mei bereiken de stammetjes bladerloos al snel een hoogte van een meter. Wanneer het eerste blad zich vormt komt hier nog een meter bij. Mei is tevens de kwetsbaarste maand. Het jonge schot is erg vorstgevoelig en moet beslist tegen late nachtvorst beschermd worden.

De standplaats
De bepalende factor bij het zoeken van een goede groeiplaats is windbeschutting. Bij sterke wind scheurt het blad en dit ontsiert de plant. In de loop der jaren worden er meerdere stammetjes gevormd die al gauw een oppervlak van twee tot vier m2 in beslag nemen. Door de enorme groeikracht is er een grote behoefte aan mest en water. Voor een optimale groei is een fors plantgat vereist dat gevuld wordt met een mengsel van verteerde mest en turf. De lichtbehoefte is groot maar op een lichtbeschaduwde plek houdt de helgroene bladkleur zich beter dan in de volle zon. Ook als kuipplant is Musa basjoo sterker dan de andere bananensoorten en kan zelfs in een vorstvrije kelder bij de geraniums overwinteren.

Binnenshuis gaat de groei op een lichte, niet te warme plek gewoon door. Het is aan te raden kleinere, voor de buitenteelt bestemde planten het eerste jaar op een van de twee genoemde manieren binnen te overwinteren. Eind mei kan de banaan naar buiten. Bij bewolkt en rustig weer wordt deze overgang gemakkelijker gemaakt en heeft de plant de tijd om zich aan zijn nieuwe omgeving aan te passen.